Je krijgt een kind, en je salaris keldert mee. Niet een beetje, maar volgens onderzoek van het Centraal Planbureau met gemiddeld 46 procent. Het inkomen van vaders verandert in diezelfde periode nauwelijks. Economen noemen dit de babyboete, en het is een van de grootste, meest onderbelichte oorzaken van financiële ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in Nederland.
Zo groot is de babyboete volgens de cijfers
Het CPB onderzocht meer dan een miljoen stellen die tussen 2006 en 2009 een kind kregen en vond een inkomensdaling van gemiddeld 46 procent bij de moeder, zonder vergelijkbaar effect bij de vader. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen komt op basis van recentere cijfers uit op 37 procent: zoveel verdienen vrouwen zes jaar na de geboorte van hun eerste kind nog steeds minder dan daarvoor. De NOS berichtte eerder al over hoe hard dit aankomt bij jonge moeders.
Het goede nieuws is dat de babyboete kleiner wordt. Bij vrouwen die begin jaren negentig moeder werden, lag hij nog rond de 60 procent. Bij vrouwen die in de jaren 2010 hun eerste kind kregen, is dat gezakt naar zo'n 35 procent. Het minder goede nieuws: die daling is sinds halverwege de jaren 2000 grotendeels tot stilstand gekomen, ondanks een flinke toename in de uitgaven aan kinderopvang.
Waarom vooral vrouwen dit voelen en mannen niet
De verklaring zit niet primair in stoppen met werken. De meeste Nederlandse moeders blijven aan het werk, maar draaien minder uren. Nederland is met afstand kampioen deeltijdwerk binnen de Europese Unie, en juist die uren verdwijnen na de geboorte van het eerste kind. Daarnaast neemt een deel van de moeders langdurig ouderschapsverlof op, gemiddeld zo'n vijftien maanden, grotendeels onbetaald of maar deels doorbetaald. Wie die uren eenmaal heeft losgelaten, pakt ze zelden helemaal terug.
Vaders nemen dat verlof veel minder vaak op, en als ze het wel doen, duurt het meestal een fractie zo lang als bij moeders. Het gevolg: zorgtaken worden ongelijk verdeeld binnen het huishouden, en die verdeling werkt jarenlang door op de loonstrook.
Onderzoekers vinden ook dat overtuigingen over wie voor kinderen hoort te zorgen minstens zo zwaar wegen als beleid. Een studie naar de Nederlandse bible belt liet zien dat de inkomensdaling voor moeders daar zo'n dertig procent groter is dan elders in het land, vooral doordat vrouwen er nog verder terugschroeven in werkuren. Meer kinderopvangplekken helpen dus wel, maar lossen het probleem niet vanzelf op zolang de verwachting blijft dat de moeder degene is die een stapje terug doet.
Nederland scoort opvallend slecht tussen de buurlanden
Wat de Nederlandse situatie extra opmerkelijk maakt: de arbeidsparticipatie van vrouwen is hier juist hoog, hoger dan in veel andere Europese landen. Toch is de babyboete groter dan in Denemarken of Noorwegen, waar goedkopere kinderopvang en langer betaald verlof de klap dempen. Alleen in Duitsland en Oostenrijk is de babyboete nog groter dan hier. Nederlandse moeders werken dus gewoon door, maar dan in kleinere deeltijdbanen, en dat verschil telt op tot tienduizenden euro's gemiste inkomsten over een hele carrière.
Wat dit betekent voor je pensioen
De babyboete stopt niet bij je salarisstrook. Minder uren en een lager inkomen in je dertiger jaren betekenen ook minder pensioenopbouw, precies in de periode die het zwaarst telt. In de nieuwe pensioenregeling, die uiterlijk 2028 volledig ingaat, wordt het nog belangrijker om vóór je 45e voldoende opzij te zetten, omdat premie die je op jonge leeftijd inlegt het langst kan renderen. Dat maakt de babyboete een directe aanjager van de pensioenkloof waar vrouwen later mee te maken krijgen. Wil je weten hoe de fiscale regels rond pensioenopbouw precies zitten, kijk dan op de site van de Belastingdienst.
Dit kun je nu al doen om de schade te beperken
Je verandert het systeem niet in je eentje, maar een paar keuzes maken wel verschil. Vooral omdat de meeste vrouwen pas merken hoe groot de klap is als het salaris al een paar jaar lager staat, terwijl juist de eerste keuzes rond de bevalling het meeste gewicht in de schaal leggen.
- Onderhandel over je salaris vóórdat je met verlof gaat, niet erna. Een hoger basissalaris werkt door in alles wat volgt, van uitkering tot pensioenpremie. Wacht daar dus niet mee.
- Verdeel het ouderschapsverlof samen met je partner in plaats van dat een van de twee het grootste deel opneemt. Elke maand die je partner extra opneemt, is een maand die jouw uren op peil houdt.
- Bouw bewust pensioen bij in de jaren dat je minder werkt, bijvoorbeeld via een lijfrente. De fiscale jaarruimte daarvoor is de afgelopen jaren juist flink verruimd.
- Houd je salaris in de gaten ten opzichte van collega's. De loonkloof begint vaak al vroeg in je carrière, en de babyboete komt daar dan nog eens bovenop.
- Praat erover met je werkgever. Vraag concreet wat een verlofperiode betekent voor je salarisgroei en pensioenopbouw, in plaats van dat achteraf te ontdekken.
De babyboete verdwijnt niet vanzelf. Maar wie weet hoe groot hij is en waar hij vandaan komt, kan tenminste de eigen keuzes daarop aanpassen, in plaats van jaren later te ontdekken dat het salaris nooit meer is bijgetrokken.