De Europese Centrale Bank verhoogde de rente op 10 september alweer, voor het eerst sinds de zomer. Toch veranderde er voor de meeste Nederlandse spaarders helemaal niks. Kijk je op je bankrekening bij ING, Rabobank of ABN AMRO, dan staat er nog steeds hetzelfde rentepercentage als een half jaar geleden. Dat is geen toeval. Grote Nederlandse banken hebben simpelweg geen haast om je meer te betalen voor je spaargeld, en daar betaal jij de rekening voor.
De ECB verhoogde de rente vorige week alweer
De Raad van Bestuur van de ECB besloot de drie basisrentetarieven met 25 basispunten te verhogen. De depositorente, het tarief dat het meest bepalend is voor wat banken jou kunnen bieden, ging naar 2,50 procent. Reden voor de stap: de inflatie in de eurozone liep in augustus op naar 3,3 procent, mede door de gestegen olieprijs. De markt zag de renteverhoging al lang aankomen, in een peiling van Reuters onder 65 economen verwachtte iedereen exact dit besluit. Het volledige rentebesluit staat op de site van de ECB zelf.
Voor spaarders is dat in theorie goed nieuws. Een hogere ECB-rente betekent dat banken meer verdienen aan het geld dat ze bij de centrale bank stallen, en dus ook meer kunnen uitkeren aan hun klanten. In de praktijk gebeurt dat lang niet altijd.
Waarom jouw bank die verhoging niet doorgeeft
Grootbanken hebben weinig prikkel om hun spaarrente snel te verhogen. De meeste klanten blijven trouw aan hun bank, ook als de rente elders hoger ligt. Overstappen voelt als gedoe, dus doen de meesten het niet. Daardoor kunnen ING, Rabobank en ABN AMRO het zich veroorloven om rond de 1,25 tot 1,50 procent te blijven bieden, ruim onder wat de ECB-verhoging eigenlijk rechtvaardigt.
Kleinere en buitenlandse aanbieders spelen daar juist actief op in. Zij hebben geen vaste klantenkring en moeten wél concurreren om nieuw spaargeld, dus reageren ze sneller op elke renteverhoging. Bij sommige Europese online spaarbanken loopt de rente inmiddels op tot 3 à 3,30 procent, meer dan dubbel zoveel als bij de grootbanken.
Het verschil tikt harder aan dan je denkt
Op papier lijkt anderhalf procentpunt verschil misschien klein, maar reken het even om. Heb je 15.000 euro spaargeld staan bij een grootbank tegen 1,25 procent, dan bouw je in een jaar zo'n 188 euro rente op. Zet je datzelfde bedrag bij een aanbieder die 3 procent geeft, dan is dat 450 euro. Dat is 262 euro extra, puur omdat je een andere rekening kiest voor geld dat toch stil staat. Bij een hoger spaarsaldo loopt dat verschil snel op tot honderden euro's per jaar.
Heb je meer opzij staan, bijvoorbeeld 30.000 euro, dan loopt het verschil op tot ruim 500 euro per jaar. Dat is geld dat nu simpelweg bij de bank blijft liggen in plaats van bij jou, puur omdat overstappen net iets te veel moeite lijkt.
Dat is precies het soort geld dat het waard is om even voor stil te staan, net als bij hoe vrouwen vaak beter beleggen dan mannen, maar het minder vaak doen. Een hoger rendement pakken kost weinig moeite, alleen de eerste stap voelt vaak groter dan hij is.
Overstappen is makkelijker dan het voelt
Je hoeft niet je hele bankrekening te verhuizen om van een hogere rente te profiteren. De meeste mensen houden hun betaalrekening gewoon bij hun vertrouwde bank en openen daarnaast een losse spaarrekening bij een andere aanbieder, vaak via platforms die verschillende Europese banken bundelen. Je geld blijft gedekt onder het Europese depositogarantiestelsel tot 100.000 euro per bank, ook als die bank in het buitenland zit.
De stap zelf is in de praktijk vooral administratief. Je opent een spaarrekening bij de nieuwe aanbieder, koppelt je eigen betaalrekening als tegenrekening en zet vervolgens zelf geld over. Er verandert niets aan je IBAN, je salaris of je vaste lasten, alleen het spaargeld zelf verhuist. De meeste aanbieders regelen de identificatie tegenwoordig volledig online, via een kopie van je identiteitsbewijs en een korte video-verificatie, zonder dat je een kantoor hoeft te bezoeken.
Wie sowieso al kritisch kijkt naar waar geld het hardst voor je werkt, herkent dit patroon. Zoals we eerder schreven: je hoeft niet op je bank te wachten voor je geld op orde, je kunt zelf bepalen waar je spaargeld het meeste oplevert.
Wat je deze maand nog kunt doen
Het volgende ECB-rentebesluit valt op 29 oktober, en economen verwachten dat de rente dan even stabiel blijft op 2,50 procent. Dat betekent dat het verschil tussen grootbanken en actieve aanbieders voorlopig blijft bestaan, misschien zelfs groter wordt als kleinere banken opnieuw verhogen en de grootbanken stil blijven zitten.
Kijk deze maand eens kritisch naar je eigen spaarsaldo. Vergelijk de rente die je nu krijgt met wat elders wordt geboden, en reken uit wat het verschil je op jaarbasis kost. Diezelfde discipline betaalt zich trouwens dubbel uit als je verder vooruitkijkt: wie nu al gewend is om actief naar rendement te kijken, staat er later ook beter voor, zeker met het oog op de pensioenkloof waar veel vrouwen mee te maken krijgen. Klein beginnen met je spaarrekening is precies zo'n gewoonte die zich op termijn uitbetaalt.